Hoe uit autisme zich bij mij?

Hoe uit autisme zich bij mij?

Autisme dus. Een nieuwe diagnose die mij verder gaat helpen. Dat weet ik zeker. Alleen hoe werkt dit precies bij mij? Elk persoon met autisme is anders. Maar je moet wel voldoen aan een aantal criteria om de diagnose te krijgen. Ik heb een uitgebreid traject gevolgd waarin ik veel heb geleerd over wat autisme inhoudt en wat dit voor mij betekent. Ik weet nog lang niet alles te vertellen, dus deze blogpost zal niet de volledige lading dekken. De komende tijd ga ik mezelf steeds beter leren kennen. Ik ga leren omgaan met de diagnose en de kenmerken die erbij horen. Dit proces zal ik uiteraard ook uitgebreid beschrijven.

Er zijn vijf criteria, A tot en met E, waaraan voldaan moet worden om de diagnose te krijgen. Onder criterium A en B vallen weer een aantal kenmerken van autisme waar ik hieronder wat dieper op in zal gaan.

Criterium A: Tekorten in sociale communicatie en interactie

Je moet aan alle drie de kenmerken onder dit criterium voldoen om de diagnose te krijgen.

Kenmerk 1: Tekorten in de sociaal-emotionele wederkerigheid

Voor mij betekent dit dat ik veel moeite heb met de simpele gesprekjes. De ‘koetjes en kalfjes’ gesprekken. Ik weet nooit zo goed hoe ik moet reageren. Ook ben ik in gesprekken vaak bezig met hoe ik overkom, wat ik moet zeggen (of juist niet moet zeggen), of ik iemand moet aankijken, hoe iemand zich gedraagt enzovoort. Het is daarom extra lastig om mijn aandacht bij een gesprek te houden. Zeker wanneer dit soort gesprekjes onverwachts beginnen, kan ik volledig dichtslaan. Dit varieert overigens heel erg per dag en hangt af van mijn spanningslevel en mate van overprikkeling. De ene dag zeg ik tegen iedereen op straat goedemorgen en de andere dag struikel ik volledig over mijn woorden wanneer ik iets moet afrekenen bij de kassa in de supermarkt.

Bovendien vind ik het lastig aan te voelen wat een ander van mij verwacht. Ik blokkeer volledig wanneer iemand verdrietig is of als iemand iets zegt of doet wat niet bij de lichaamstaal past. Daarnaast herken ik veel emoties helemaal niet, tenzij deze overduidelijk zijn.

Dat ik het lastig vind om met gevoelens van anderen om te gaan, heeft zeker te maken met het feit dat ik mijn eigen gevoelens vaak ook niet goed herken. Wel ontwikkel ik mezelf hierin continu, waardoor ik mijn eigen emoties steeds beter kan herkennen en uiten, maar ook die van anderen beter kan begrijpen.

Kenmerk 2: Tekorten in de non-verbale communicatie

Voor mij is oogcontact maken heel ingewikkeld. Het voelt voor mij als een ‘taakje’ en ben daar ik gedachten ook vaak mee bezig. Moet ik iemand aankijken? Moet ik soms ook even wegkijken? Kijk ik te veel? Of juist te weinig? Ik heb mezelf aangeleerd dat het ‘normaal’ is om iemand aan te kijken tijdens een gesprek, maar het kost mij veel energie om hier continu mee bezig te zijn.

Kenmerk 3: Tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties

Het duurt heel lang voordat ik me volledig op mijn gemak voel bij iemand, omdat ik het lastig vind om mezelf open te stellen naar anderen. Ik heb een grote muur om mezelf heen gebouwd die voor een ander heel lastig te doorbreken is. Contact leggen met mij kost tijd. Ook omdat die eerste ‘simpele’ gesprekjes voor mij erg moeilijk zijn, zoals ik onder het eerste kenmerk al schreef. Maar als eenmaal die muur doorbroken is, en ik me steeds meer op mijn gemak voel, word ik heel open en kan ik over alles praten. Als ik hier maar de ruimte voor krijg.

Criterium B: Beperkte, repetitieve gedragspatronen

Onder dit criterium moeten minstens drie van de vier kenmerken aanwezig zijn.

Kenmerk 1: Stereotype of repetitieve motorische bewegingen

Dit kenmerk is deels aanwezig. Ik voel vaak onrust in mijn lichaam. Die spanning, die ik al vaker heb beschreven, is een uiting van een overschot aan emoties, gedachten en prikkels. Wanneer ik teveel prikkels moet verwerken of mijn hoofd vol gedachten zit, komt de spanning via mijn lichaam eruit. Op die momenten kan ik niet stilzitten. Ik ben de hele tijd aan het bewegen met mijn benen of mijn spieren zijn continu aangespannen. De onrust in mijn hoofd uit zich in onrust in mijn lichaam.

Kenmerk 2: Hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag

Ik kan niet tegen onverwachte gebeurtenissen. Zeker niet wanneer mijn hoofd al een grote chaos is. Op dat moment krijg ik kortsluiting en schiet ik volledig in de stress. Ik heb vaste ritmes en patronen waar ik me het beste bij voel. Als hiervan wordt afgeweken, kan ik veel spanning krijgen. Dit betekent niet dat ik een spontaan plan nooit leuk vind. Als ik me ontspannen voel en rust ervaar, kan ik gemakkelijker van mijn eigen planning afwijken en vind ik het juist leuk om een spontaan uitje te hebben. Het is voor mij belangrijk om structuur te hebben in mijn dag, maar ik moet leren om hier wat meer ruimte voor mezelf in te bewaren. Hoe meer ik inplan, hoe meer er ‘mis’ kan gaan op een dag. Want als ik iets heb ingepland, moet het ook gebeuren.

Kenmerk 3: Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn

Dit is het enigste kenmerk dat niet of nauwelijks aanwezig is. Ik heb juist een hele brede interesse in veel verschillende onderwerpen. Ik ben heel nieuwsgierig en leergierig. Wel kan ik volledig opgaan in iets als ik het leuk vind, maar ik sla hier niet (meer) in door. Een soort hyperfocus. Dit is wel kenmerkend voor autisme, maar ik ervaar dit juist als iets positiefs.

Kenmerk 4: Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor de zintuiglijke aspecten van de omgeving

Dit is het kenmerk waar ik misschien wel het meeste last van heb in mijn dagelijks leven. Overprikkeling. Ik ben ontzettend gevoelig voor veel prikkels. Prikkels komen bij mij veel harder en intenser binnen dan bij een gemiddeld persoon. Ik ben heel gevoelig voor geluid, licht, warmte en aanraking.

Met name de overgevoeligheid voor geluid is intens. Geluiden komen bij mij heel hard binnen en kan ik moeilijk filteren. Meerdere geluiden door elkaar heen kan ik niet goed verdragen. Ook hou ik niet van de hete zomerdagen, omdat ik niet kan functioneren door de warmte. Van de aanraking van mensen die ik niet of slecht ken, krijg ik rillingen door mijn hele lichaam. Druk openbaar vervoer vind ik daardoor verschrikkelijk. Ook handen geven aan mensen die ik niet of nauwelijks ken, vind ik niet fijn. Deze periode is wat dat betreft een verademing.

Ik ben daarnaast juist ondergevoelig voor pijn, honger en vermoeidheid. Ik kan op deze gebieden ver over mijn grenzen gaan zonder iets op te merken. Pas wanneer ik extreem vermoeid ben of de pijn niet meer te verdragen is, merk ik dit op en kan ik hier wat aan doen. Om te voorkomen dat ik over die grenzen heen ga, eet ik op vaste momenten en probeer ik ook mijn bedtijden gelijk te houden en voldoende pauzes in te plannen gedurende de dag.

Het laatste jaar ben ik wel veel bewuster geworden van mijn zintuigen en gevoelens. Ik kan steeds beter herkennen wanneer ik iets voel en waar dit dan vandaan komt. Dit is een groot leerproces, maar ik ben daarmee aan het oefenen. Door dit steeds beter te herkennen, kan ik ook voorkomen dat ik overprikkeld raak of over mijn grenzen ga.

Overigens probeer ik mijn overgevoeligheid ook steeds vaker als iets positiefs te zien. Ik kan namelijk wel intens genieten van een knuffel van mijn ouders, een warme douche op een koude winterdag, fijne muziek en de geur van lavendel. Om zo maar wat dingen te benoemen.

Andere criteria

Naast criterium A en B, zijn er nog drie andere criteria die aanwezig moeten zijn om de diagnose te krijgen.

Criterium C houdt in dat de kenmerken van autisme aanwezig moeten zijn in de vroege ontwikkelingsperiode. Bij mij is dit nooit herkend. Maar, zoals ik ook in een vorige blogpost schreef, komt dit bij vrouwen heel subtiel tot uiting en wordt de diagnose vaak pas later gesteld.

Volgens criterium D moeten de symptomen klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in functioneren veroorzaken. De kenmerken van autisme hebben voor mij bijgedragen aan het ontstaan van allerlei psychische en lichamelijke klachten in de laatste jaren.

Het laatste criterium, criterium E, zegt dat symptomen niet kunnen worden verklaard door een verstandelijke beperking of een globale ontwikkelingsachterstand. Dit spreekt voor zich denk ik.

Wat brengt deze informatie mij?

Hoewel ik niet zo van zo’n ‘label’ hou, ben ik wel overtuigd dat deze informatie me verder gaat helpen. Die kenmerken geven de verklaring voor veel eigenschappen en klachten die ik voorheen zo lastig te begrijpen vond. Vragen zoals waarom ik zoveel moeite heb met sociaal contact en zo snel vermoeid ben na een dagje op de universiteit of een verjaardagsfeestje, zijn te verklaren aan de hand van deze kenmerken. Maar ook heeft autisme vele sterke kanten waar ik me nu bewuster van ben.

Het is me op het hart gedrukt dat ik mezelf nog altijd kan ontwikkelen op die gebieden waar ik tegen dingen aanloop. De moeite met sociaal contact zal minder worden en ik zal steeds beter met prikkels om kunnen gaan. Zolang ik mezelf maar open stel voor die ontwikkeling en accepteer dat die ontwikkeling nou eenmaal anders verloopt. Ik kijk ook enorm uit naar wat ik de komende tijd ga leren en hoe ik me verder ga ontwikkelen. Aan mijn leergierigheid en discipline zal het zeker niet liggen.

3 gedachten over “Hoe uit autisme zich bij mij?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *